webform_producten

Bomen - Inrichting

Good Urban Practice impliceert direct dat er grote zorg aan het stedelijk bomenbestand wordt besteed. Bomen zijn de longen van de natuur.

Een goed functionerend fotosyntheseapparaat zorgt voor een rijkelijke zuurstofvoorziening.

Verschillende studies tonen de positieve effecten van bomen op reductie van “fijnstof”, reductie van opwarming en daling van geluidsoverlast.

Bomen zijn dus essentieel voor een goed functionerende en aangename leefomgeving.

Echter wordt deze lange termijn investering sterk beconcurreerd door zowel bovengrondse als ondergrondse infrastructurele voorzieningen (bestrating, verlichting, nutskabels, rioolstelsel, parkeergarages, …). Deze concurrentie leidt vaak tot een beperking of beschadiging van de direct beschikbare doorwortelbare ruimte.

Een direct gevolg is een te beperkte groei van de boom.
Op deze manier wordt het beoogde doel: creatie van prachtig ruimtelijk groen in de kiem gesmoord en niet zelden gaat dit gepaard met zelfs afsterven van de ganse boom.

Planten in het gepaste substraat (Boomplantsubstraat, GPC-Grond+), gebruik van groeiplaatsconstructies (Watershell, Treeblock), gietranden en drainagesystemen zorgen voor een optimale combinatie van de eisen van de boom en de infrastructuur.

Minder bekend, maar niet minder belangrijk, bodem en wortels hebben lucht nodig om te leven ! Als de boomspiegel van de boom bedekt is met ondoordringbare bestrating, kan de levensbelangrijke gasuitwisseling vanuit de wortelzone niet plaatsvinden. Bodemverdichting, al dan niet fysisch, dient dus zeker en vast voorkomen te worden. Bij terreinwerken voor het aanplanten van bomen wordt de bodemverdichting geminimaliseerd door bewerkte of aangevoerde grond niet te berijden tijdens de aanleg.

                        Zuurstofwaarde in de bodem

Zoals omschreven in voorgaand hoofdstuk (Substraten), zijn bomenzand en bomengranulaat enkel geschikt voor beperkte verkeersbelastingen. Om zwaardere belastingen op te vangen, zonder verdichting van het doorwortelbaar bodemvolume, worden ondergrondse groeiplaatsconstructies aangewend. Dit kan gaan van een opeenstapeling van plastic prefabelementen tot zware betonnen constructies.

In onze sterke verstedelijking veroorzaken wortels steeds meer schade aan verharding, rioleringen en nutsfaciliteiten. Onderzoek aan de Universiteit van Hannover heeft aangetoond dat enkele jaren na planten 34 % van de geplante laanbomen met een stamdiameter van 11-20 cm reeds bestratingsopdruk geven. 84 % van de bomen met een stamdiameter van 50 cm geven reeds bestratingsopdruk. We kunnen dit voorkomen door te werken met een slimme keuze van wortelbarrières nl. wortelwering of wortelgeleiding.

 

De feitelijke keuze voor het aantal boompalen en de boompaallengte is afhankelijk van de boomsoort, de windbelasting en de boomen kroonomvang. Korte boompalen dragen bij aan een meer actieve ontwikkeling van stabiliteitswortels, lange boompalen geven meer houvast.

 

De boomspiegel is de zone rond de stamvoet. In verharding komt dit vaak overeen met het plantvak. Bij bomen in de verharding is het uitermate belangrijk dat de boomspiegel niet verdicht wordt. Het is namelijk de enige plaats waar water en lucht een min of meer directe toegang hebben tot de wortelzone.

 

Droogtestress veroorzaakt meer stedelijke boomsterfte dan elke andere factor. Water is niet alleen vereist voor alle biochemische vereisten voor fotosynthese, ademhaling en vervoer, maar ook als mechanische ondersteuning van blad en steelweefsel. Ontoereikend (of inefficiënt) bewateren zal resulteren in verlies van blad en de daaruit volgende daling van nieuwe scheuten. Uiteindelijk zal dit leiden tot afsterven.

 

Een bekend boombioloog, Dr. Alex L. Shigo, beweerde ooit dat het beter is een boom van 100 euro te planten in een 200 euro plantgat dan een 200 euro dure boom te planten in een 100 euro plantgat. De conditie van de bodem waarin een boom groeit, is met andere woorden bepalend voor de bovengrondse boomconditie. Indien de bestaande bodem binnen het ontwerp ongeschikt wordt geacht, kan gronduitwisseling worden toegepast met behulp van specifiek ontwikkelde boomplantsubstraten. Een zorgvuldige keuze en motivering binnen het ontwerp voor een boomsubstraat is belangrijk.