webform_producten

Beluchting

Minder bekend, maar niet minder belangrijk, bodem en wortels hebben lucht nodig om te leven ! Als de boomspiegel van de boom bedekt is met ondoordringbare bestrating, kan de levensbelangrijke gasuitwisseling vanuit de wortelzone niet plaatsvinden. Bodemverdichting, al dan niet fysisch, dient dus zeker en vast voorkomen te worden. Bij terreinwerken voor het aanplanten van bomen wordt de bodemverdichting geminimaliseerd door bewerkte of aangevoerde grond niet te berijden tijdens de aanleg.

                        Zuurstofwaarde in de bodem

Optimaal       19 tot 20% (maximaal haalbare waarde 21%)
Goed             18 tot 19%
Voldoende    16 tot 18%
Matig             14 tot 16%
Zeer matig    12 tot 14%
Slecht           10 tot 12%
Zeer slecht   < 10% (= risico van acutewortelsterfte)

 

Achteraf bodemverdichting en de bijhorende problemen van water- en luchthuishouding opheffen is moeilijk. Vaak wordt dit geprobeerd onder middel van luchtinjectie (ploffen). Voor bijkomende uitleg verwijzen we naar het hoofdstuk: Bodemverbetering bij bestaande bomen.

 

Beluchtingssystemen zoals de GBU ARBORVENT worden doorgaans toegepast onder verhardingen en kunnen een groeiplaats ondergronds extra beluchten, maar vormen geen structurele oplossing voor een slechte bodemstructuur. Het doel van dit systeem is de gasuitwisseling in de bodem via buitenluchtcirculatie (bodemluchtverversing) vanaf het maaiveld. Beluchtingssystemen zijn in de bodem aan te brengen, bemantelde en geperforeerde beluchtingsdrains die door middel van twee verticale kokers in contact staan met de buitenlucht, zodat de buitenlucht in de bodem via het beluchtingssysteem kan circuleren.

 

De bovengrondse uiteinden van de drains worden afgedicht, zodat verstopping en grondinspoeling via openingen wordt voorkomen. Indien de uiteinden van een beluchtingsdrain of –koker uitkomen onder verharding, dan wordt een voorziening geplaatst die een open verbinding met de buitenlucht waarborgt, bijvoorbeeld met een ventilatierooster.

 

De beluchtingsdrain van de GBU Arborvent met diameter 80 mm en minimaal 45% perforaties, zijn voorzien van een drainkous en wordt geplaatst op minimaal 20-40 cm van de wortelkluit, bij voorkeur beneden de wortelkluit maar altijd boven de grondwaterstand. Een te dicht op de wortels geplaatst beluchtingssysteem kan uitdroging van de wortels veroorzaken. Een beluchtingssysteem is niet functioneel als watergeefsysteem omdat de watergift beneden of naast de kluit uitspoelt en daarmee voor de boom vrijwel volledig verloren gaat.

 

De diffusiegraad van 45% is meer dan de klassieke drainagebuizen. Om de diffusie van lucht vanuit de kokers naar de omliggende bodem te verbeteren, zeker in zware bodems, worden de drains best omgeven met een grover materiaal zoals lavasubstraat, lavadrain of ander. De intredeweerstand tussen buis en bodem wordt dan bijna nul en de poriën in de buis raken minder snel verstopt door vuil en aarde. In verdichte bodems met een laag luchtgehalte kan het effect van een beluchtingssysteem volledig teniet gedaan worden. Daar is de intredeweerstand tussen buis en grond te groot en blijft de lucht in de buis circuleren. Op dergelijke locaties biedt een beluchtingssysteem geen oplossing, maar moet voor een betere beluchting eerst de bodemverdichting opgeheven worden. In de eerste plaats dient dus een luchtig boomsubstraat te worden voorzien.

Volgende technische fiches en bestekteksten kunnen opgevraagd worden via de link hierboven:

- GBU Arbovent
 

Galerij: 
GBU Arborvent
GBU Arborvent